Datum:
10 december 2018
Door:
Joas
Delen

Beginnen met wielrennen, deel 1: opnieuw leren fietsen

Help! Een racefiets! In een serie blogs met de belangrijkste tips voor beginnende wielrenners leggen we je de basics uit, zodat jij veilig en prettig de weg op kan en maximaal en langdurig plezier gaat hebben van je eerste racefiets, of je nu alleen fietst of samen met je vrienden. Deel 1: sturen doe je zo

Als je voor het eerst op de racefiets stapt is het onvermijdelijk een beetje eng. Je zit anders op de fiets, de fiets voelt heel anders en stuurt heel anders en dat is even wennen. In- en uitklikken is ook al zo spannend, en wat moet je doen als je remt, of misschien zelfs wel afstapt?! Allemaal hele gewone vragen als je net begint. Het kan je vast op weg helpen als je hier in ieder geval een keer over na hebt gedacht.

In- en uitklikken

Misschien wel het spannendste verschil voor veel beginnende wielrenners ten opzichte van een normale fiets zit hem in het in- en uitklikken van je schoenen in de pedalen. Dit is echt even wennen. Als je eenmaal op de fiets zit merk je het bovendien niet meer, dus je zult niet de eerste zijn die remt voor een stoplicht, vergeet uit te klikken en heel suf omvalt, hopelijk in de berm… Drie simpele tips helpen je op weg om dit gênante en mogelijk pijnlijke scenario (voor jezelf en/of de lak van je gloednieuwe frame) te voorkomen:

  • Oefen voordat je gaat fietsen een paar keer goed met inklikken en uitdraaien. Dit kun je makkelijk doen door op je fiets te gaan zitten en met één hand tegen de muur te leunen.
  • Controleer de spanning op je klikpedaal! De spanning op het klikpedaal is instelbaar met behulp van een inbussleutel. Als de veerspanning van het pedaal te strak staat afgesteld is het moeilijker om je schoen uit je pedaal te klikken. Staat de veerspanning te los afgesteld, dan kan je voet zomaar losschieten als je de positie van je voet een beetje veranderd.
  • Let er goed op dat je de goede voet uitklikt. Als je je linkervoet uitklikt, maar bij het stoppen naar rechts leunt val je alsnog… Oefen daarom ook een paar keer op een veilige plek met stopppen. Je zult er ook snel achter komen dat je een voorkeur hebt om met links of juist met rechts het eerste voetje aan de grond te zetten.

ingeklikte winterschoen

Remmen

Remmen met een racefiets werkt net even anders dan remmen met de stadsfiets. Dit komt door het gebruik van andere technieken (veel stadsfietsen hebben roller brakes tegenover velgremmen of schijfremmen op de racefiets), maar ook doordat je simpelweg een stuk harder gaat op de racefiets. Een paar tips voor het remmen met de racefiets, waarbij doseren en vooruitkijken de toverwoorden zijn:

  • Rem alleen als het nodig is en kijk goed vooruit. Veel beginnende wielrenners remmen uit angst. “Remmen is angst” is een veelgehoorde wijsheid onder wedstrijdrenners. En niet voor niets. Het is beter om goed vooruit te kijken en indien nodig je benen stil te houden dan altijd maar te remmen.
  • Rem vóór de bocht, niet in de bocht. Wanneer je remt in een bocht is de kans groter dat je uitglijdt. Rem dus voldoende voordat je de bocht in gaat. In noodgevallen kan het toch nodig zijn om bij te remmen in een bocht, bijvoorbeeld wanneer je de bocht verkeerd hebt ingeschat of wanneer je in een steile afdaling zit. Probeer dan wanneer je remt zoveel mogelijk recht boven je fiets te zitten en voor zover je de ruimte hebt rechtdoor te fietsen.
  • Gebruik je voorrem en niet alleen je achterrem. Verreweg de meeste remkracht zit in je voorrem. Wanneer je op tijd en gedoseerd remt hoef je niet bang te zijn over de kop te slaan.
  • Bij een racefiets zijn de voor- en achterrem over het algemeen gespiegeld ten opzichte van een stadsfiets. Het is handig om hier rekening mee te houden wanneer je voor het eerst op je racefiets stapt. Je voorrem bevindt zich links en je achterrem bevindt zich rechts.
  • Wanneer je remt op een slipperige weg, bijvoorbeeld een grindpad, zul je juist meer met je achterrem moeten remmen om wegslippen met je voorwiel te voorkomen. Als je ondertussen druk op je pedalen houdt, blijf je het achterwiel en daarmee de fiets onder controle houden.
  • Verplaats je gewicht naar achteren wanneer je hard remt. Beweeg daarom naar achteren op je zadel en kom een beetje overeind om goed in balans te blijven op de fiets.
  • Rem voorzichtig in de regen. Schijfremmen zijn veel minder gevoelig voor natte omstandigheden dan velgremmen, maar je moet ook met schijfremmen voorzichtig zijn in de regen. Het zwakke punt op je fiets bij nat weer is naast de afgenomen remkracht van velgremmen vooral de verminderde grip van je banden. Het kritieke punt bij een glijpartij zijn vaak niet je remmen, maar je banden. Wanneer je in natte omstandigheden plots hard remt met schijfremmen kun je dus evengoed lelijk onderuit gaan.
  • Afstelling. Je kunt eenvoudig zelf je remmen wat agressiever of juist wat soepeler met de stelbout aan de kabel. Door je remmen goed af te stellen zul je prettiger en met meer zelfvertrouwen op de fiets zitten. 

Bochten

De eerste regel voor een goede bocht zul je als het goed is herkennen uit de remtips: rem vóór de bocht. Verder is het slim om op de volgende dingen te letten:

  • Schat een bocht goed in van tevoren en kijk er doorheen. Het is belangrijk om een goede lijn te pakken wanneer je wat sneller door de bocht wilt fietsen. Door een bocht goed aan te snijden (buiten-binnen-buiten) wordt de bocht rechter en kun je er harder doorheen fietsen.
  • Bij een racefiets zijn de banden een stuk smaller dan bij een stadsfiets. Hierdoor is de kans groter dat je bij het insturen van een natte bocht ineens je grip verliest en onderuit glijdt. Voorkom dit door de toestand van het wegdek goed te boordelen bij het insturen van een bocht en niet al teveel risico te nemen.
  • Kijk daar waar je naartoe wilt. Je fietst daarnaartoe waar je naartoe kijkt. Kijk dus door de bocht heen en niet naar die kuil waar je juist omheen wilt of dat paaltje in de buitenbocht.
  • Gebruik je lichaam. Wanneer je een beetje in de bocht gaat hangen houd je meer druk op je banden en een beter zwaartepunt, waardoor je de fiets beter onder controle houdt.
  • Neem een scherpe bocht met je handen in de beugels. Je zwaartepunt ligt hierdoor lager en je hebt meer controle.
  • Denk om je pedalen! Trap in een scherpe bocht niet door om te voorkomen dat je pedaal het asfalt raakt. Houd het pedaal in de binnenbocht omhoog en in de buitenbocht omlaag. Zo voorkom je dat je pedaal het asfalt raakt én verbeter je jouw gewichtsverdeling en de neerwaartse druk op je banden, wat meer grip geeft.

bocht

Schakelen

Schakelen met een racefiets is natuurlijk niet eng, maar soms wel even wennen. Een paar dingen om rekening mee te houden.

  • Zorg ervoor dat je weet hoe je moet schakelen, zodat je niet met een veel te hoge versnelling aan een steil klimmetje begint. Zo voorkom je dat je onnodig moet afstappen.
  • Schakel nooit als je stilstaat of wanneer je je benen stilhoudt. Dit is het recept om je achterderailleur af te breken. Een derailleurversnelling gebruik je tijdens het trappen. Dit werkt dus anders dan de naafversnelling op je stadsfiets.
  • Schakel niet te zwaar. Wanneer je te zwaar trapt krijgen je knieën het zwaar te verduren. Zwaar trappen is bovendien erg inefficiënt en je wordt er sneller moe van. Veel beginnende wielrenners hebben de neiging om op kracht te fietsen. Probeer juist om lichter te trappen. Dit kun je oefenen en het went snel.
  • Denk om je kettinglijn. Je hebt op een moderne racefiets 2x10 of 2x11 versnellingen. Je kunt deze versnellingen alleen niet allemaal even goed gebruiken. Wanneer je op het grote blad fietst met de ketting op de lichtste versnelling achter komt je ketting erg schuin te staan, waardoor de aandrijving minder fijn loopt, herrie maakt én een stuk sneller slijt. Gebruik de zwaarste drie kransjes daarom alleen met het buitenblad en de lichtste drie kransjes alleen met het binnenblad.

Oefenen

Voor al het voorgaande geldt het spreekwoord: oefening baart kunst. Voorafgaand aan jouw eerste fietstochtjes, alleen of met een fietsmaatje, is het verstandig om vertrouwd te raken met de fiets. Hoe stuurt en remt de fiets, hoe werkt het schakelen. Neem even goed de tijd om je fiets te leren kennen. Een racefiets stuurt nu eenmaal een stuk strakker dan een stadsfiets en doet er langer over om tot stilstand te komen. Zorg dat dit je niet verrast op een drukke kruising of in een scherpe bocht.

Rijd dus een paar keer heen en weer door de straat om de fiets uit te proberen. Een goede specifieke oefening om vertrouwd te raken met een fiets is ook om jezelf heel langzaam tot stilstand te laten komen terwijl je staat op de pedalen (pas op met klikpedalen!). Dit is een balansoefening die je in de praktijk, bijvoorbeeld bij het oversteken van een voorrangsweg, vaak zult kunnen gebruiken zodat je niet altijd hoeft uit te klikken en af te stappen.

Meer weten? 

Heb jij naar aanleiding van deze blog vragen? Stel ze gerust!
Mail: info@12gobiking.nl  / Bel: 0182-621850  / Whatsapp: 06-19922445

Volg ons ook op social media.
Facebook: @12gobikingbv / Instagram: @12go_biking / Strava: @12GO Biking

 

Meer Lezen ?